Na alle dikke wijnen bij de kerstdis was ik wel weer toe aan het frisse raffinement van de Duitse wijnen. Riesling, selbstverständlich, maar ook de rode Spätburgunder. Da’s Duits voor Pinot Noir. Ze blijven vaak onder de 13%, wat best een verademing is in deze tijd waar vol rood makkelijk de 14,5 of 15% aantikt.
Ook leuk is dat de Spätburgunder vlakbij gemaakt wordt: op een dikke 2 uur rijden van Den Bosch in het Ahrdal. De druiven hangen er pitttoresk bij, op steile heuvels met uitzicht op de Ahr-rivier die door hübsche historische dorpjes met vakwerkhuisjes slingert. Het Ahrdal profileert zich met de 3 W’s: wandelen, wijn en welness. De eerste twee zijn alvast gecombineerd in de Rotweinwanderweg, een 35 km lange wandelroute tussen de wijngaarden. Wij liepen daar vandaag een bescheiden deel van in een stralend winterzonnetje.
 |
| Ahrweiler |
Weer terug in het dal tikken we in het middeleeuws ommuurde stadje Ahrweiler een fles Spätburgunder van coöperatie Mayschoss op de kop. Een club met historie: ze zijn de oudste wijnbouwcoöperatie ter wereld, opgericht in 1868. Geen gek idee van die wijnboeren hier om de handen ineen te slaan. De hellingen zijn zo stijl, dat ze de druiven alleen met de hand kunnen plukken. Zonder bundeling van krachten zouden de wijnen onbetaalbaar zijn. De Mayschoss gaat er goed in, zeker nadat we de de derde “W” afgevinkt hebben in het zwembad van ons hotel. Triple W en drie wijnen om dat te vieren: we drinken een Sekt en een Müller-Thurgau om de Spätburgunder een beetje goed in te bedden. Zum wohl!
'Wanneer heb je voor het laatst een potlood doorgebeten?', vroeg de jongen van de bediening in wijnbar Bottles & Bites. Hij keek er ernstig genoeg bij om geen ironie te vermoeden. 'Tja, da's weer even geleden', antwoordde ik. Vervolgens stak hij een verhaal af over de fijne mineraliteit van grafiet die deze Portugese wijn zo uitgesproken maakte. In mijn top 3 'verrassende openingszinnen van sommeliers' kwam deze vraag als alarmschijf binnen denderen.
Ik had die Portugees ook niet zelf bedacht. Een Australische Shiraz had ik uit de wijnkaart uitverkozen, om mezelf een keer uit het bekende warme bad van Italiaans rood te duwen. Maar die was onvindbaar dus had de jongen van de bediening pro-actief een Portugese blend van Syrah, Cabernet Sauvignon en een obscure Portugese druif opgeduikeld. Potloodgruis was net iets te ver uit mijn comfortzone; niet direct een aanbeveling op maat.
De geur was onmiskenbaar Syrah met een kruidige zwoelheid, snufje tabak en een pepertje. Maar de smaak was toch net een tikkie te hoekig. Weerbarstig, zou Onno Kleyn waarschijnlijk zeggen. Iets te nadrukkelijk plakkend in de wangen bovendien, als een lauwe tortilla die je van je gehemelte moet schrapen. Niet mijn cup of tea. Volgende keer maar weer gewoon vragen naar de bekende weg. Een potlood tussen je tanden is sowieso niet meer van deze tijd.
We sloten het jaar 2016 in stijl af in Boedapest. Van kerstmis tot oudejaarsavond hebben we gastronomisch flink de bloemetjes buiten gezet in de Hongaarse hoofdstad. Nadat we van meerdere kanten getipt waren, deden we op een koude decemberavond restaurant Csalogány 26 aan. De kaart is een korte opsomming van traditioneel Hongaars aandoende gerechten die eenmaal op tafel een moderne, verfijnde en elegante verschijning bleken. Het was allemaal even lekker en mooi gepresenteerd. Terwijl de kok punten aan het scoren was, deed de sommelier er nog een schepje bovenop. De één na de andere bijzondere wijn verscheen op tafel. Stuk voor stuk mij onbekende flessen, want hij heeft er lol in kleine wijnhuizen te ontdekken waar je tevergeefs bij de slijter om vraagt - zoals ik later merkte.
Neem de Pajdos van Pók Tamás. Een wildwijn die een woest boeket aan oerbosgeuren je neus in blaast: alsof je in een mistig woud loopt waar de wilde zwijnen en herten druistig ronddraven. De twee jaar eiken opvoeding heeft 'ie doorstaan zonder het minste spoortje vanille om de zaak glad te strijken. Aan de Franse blend van Cabernet Franc, Cabernet Sauvignon, Merlot en Pinot Noir zijn de tegendraadse Hongaren Kékfrankos en Kadarka toegevoegd om het een beetje spannend te maken. Zij brengen peper en paprika die de kont stevig tegen de krib gooien.
De wijn is net zo recalcitrant als de sommelier zelf. Die schonk doodleuk lichtzoete witte wijn (Hárslevelü!) bij de eendenborst en droge rode wijn (Kékfrankos!) bij het dessert. En alles zelf eerst even voorproeven achter het kleine barretje bij de ingang. "Je moet de kwaliteit controleren hè", kwam hij grijnzend toelichten toen wij hem net iets te lang aangaapten bij het achterover slaan van weer een bodempje na het ontkurken. "Wat een baan", verzuchtte ik. Die sabbatical naar Boedapest gaat er snel komen. En dan meld ik me subiet bij Csalogány 26 voor de functie van assistent-sommelier.